Voorwoord

"Heden Boedelverkoop", leest u in de krant. Door zat u op te wachten! U stapt in uw auto en gaat naar het aangegeven adres. U komt bij een oud huis en loopt naar de voordeur die wijd openstaat. Misschien weet u een koopje te bemachtigen! Eenmaal binnen merkt u, dot u te laat bent! Alle pronkstukken zijn al verkocht. In een hoek van de woonkamer staat de Notaris nog wat zaken af te handelen met kopers. Teleurgesteld loopt u door de andere vertrekken van het huis. Op de wanden zijn vlekken te zien van schilderijen die door gehangen hebben. In sommige kamers loopt u over de kale houten vloer. In de kieren tussen de planken ziet u iets schitteren. U bukt zich om het op te rapen en ziet dat het een oud stukje glas is. Het verdwijnt achteloos in uw jaszak. U loopt verder en vindt, door het hele huis verspreid, de geschiedenis van de bewoners in de vorm van een verjaardagkalender, speelgoed, gebarsten kopjes en bordjes, en een wiebelende tafel zonder verkoopwaarde. Tevreden snuift u de geur op van het huis. Hier heeft iemand een goed leven gehad, en een rijkdom aan herinneringen achtergelaten. Met tegenzin verlaat u het pand. Onderweg naar uw auto vindt u in uw jaszak het stukje glas. U houdt het omhoog, tegen het zonlicht en talloze kleuren schitteren u tegemoet. U koestert het als een juweel! Zo zult u zich, hoop ik, ongeveer voelen, na het lezen van deze bundel met gedichten van Joukje Postma - van Roeden. Zij werd geboren in1920 te Oudehorne en heeft een rijkdom aan herinneringen, gelardeerd met wijsheid en haar nuchtere gevoel voor humor, in de vorm van gedichten en verhalen in dit boekje op schrift gesteld. Ik wens u veel plezier tijdens de "Boedelverkoop"!

Anke Hoornstra.


Enkele gedichten uit ‘Boedelverkoop’

Mijn Dorp

Waar is mijn dorp gebleven
mijn dorp zo stil en puur
de mensen nog op klompen
en het rek tegen de muur
waarop de bussen stonden
net zand en zeep geschuurd
de vrouwen ruwe handen
't heeft heel mijn jeugd geduurd.

Ik kom er vrij geregeld
en kijk mijn ogen uit
steeds is het weer veranderd
en alles is zo luid
de bomen zijn verdwenen
vanwege het verkeer
en ook het kleine schooltje
dat is helaas niet meer.

Het wordt er alsmaar groter
het kleine is taboe
de mensen jachten, jagen
en worden nooit eens moe
geen tijd meer voor een praatje
men kijkt steeds naar de klok
en alles is motorisch
de stilte......die is op.

De rode wijn
die fonkelt
in mijn glas
is poëzie.
Toch was ’t
voor mij veel beter
dat het maar water was.

Thuiskomst

Daar sta ik dan
alweer
na zoveel keer
alleen
de koffer zwaar
onhandig het gebaar
met sleutel in het slot

hèhè, de deur
zwaait open
en elke keer
ruik ik de geur
van oude sigaretten
rook
en ik denk
hoe kon je ook
die volle asbak
weer vergeten